Montane Spine Race 2022 – verslag van een uniek avontuur - DEEL 2

Montane Spine Race 2022 – verslag van een uniek avontuur - DEEL 2

De laatste dag – De Cheviots 

Na de o zo verkwikkende passage op Horneystead Farm voelde ik me dus zo goed dat ik op het laatste CP in Bellingham geen slaap bleek nodig te hebben. Op basis van mijn ervaring in LT500 dacht ik vooraf dat ik hier misschien wel eens het langste blok slaap nodig zou hebben. Maar het was dag, ik was wakker, en ik dacht dat ik beter maximaal kon profiteren van de uren daglicht die er nog over waren. Hopend dat ik later geen spijt zou krijgen van deze beslissing. Dat bleek niet zo te zijn, die laatste dag ging super. 


Maar eerst een ‘verlaat het cp en krijg de verkeerde regenbroek en schoenen aangereikt’-anekdote. Leif Abrahamsen, die samen met mij op dat CP was aangekomen, was zo gehaast om daar weer weg te geraken, dat hij in zijn haast mijn regenbroek aangetrokken had, en mijn schoenen in zijn dropbag weggestoken. Een klein hiaat in het tot dan toe feilloos werkende systeem van schoenen en ander materiaal labelen. Dus ik kom een tijd na Leif – goed gevoed en verzorgd (6 aardappelen met boter en een bonen stoofpotje, jammie!) – het CP buiten, en krijg een regenbroek en een paar schoenen aangereikt. ‘Niet de mijne’, zeg ik. Verwarring alom, gelukkig heeft een vrijwilliger Leif schoenen zien wegsteken en dat blijken de mijne te zijn. De regenbroek is van niemand van de aanwezigen dus de enige moeglijke conclusie is dat deze die van Leif is en dat hij de mijne aanheeft. Ik heb dus de hele Cheviot geprobeerd hem in te halen om van broek te wisselen, maar dat is pas na de finish gelukt. Hartverwarmend: tijdens de verwarring om de regenbroek haalt vrijwilliger John Daniels zijn eigen broek uit zijn wagen en zegt dat ik die mag gebruiken. Hij zal ze nadien wel terugkrijgen. Had ik al gezegd hoe fantastisch die vrijwilligers zijn? 


Na dat beetje commotie brengt John mij met de wagen naar het startpunt van de laatste etappe, dik 40km over de befaamde Cheviots. Die ‘taxirit’ is nodig omdat de organisatie geen toestemming kreeg om het door storm Arwen getroffen stuk van de Pennine Way in de race op te nemen, en er geen omleiding die we lopend konden afleggen mogelijk bleek. Na een kilomertje op de asfaltbaan die de aanloop vormt naar de Cheviots merk ik nog wat ik gevreesd had toen de medic voorstelde om mijn kleine tenen (de enige plaats waar ik blaren had, ongemakkelijk maar niet te erg) in te pakken: door het verband werden die tenen dikker en dus extra tegen de zijkant van de schoen gedrukt. Wat ik met reeds gezwollen voeten wilde vermijden. Let wel, de eindbeslissing voor het inpakken van de tenen was de mijne, geen verwijt voor de medic dus. De enige juiste oplossing: 10 minuten aan de kant om elke voet uit te pakken, verband te verwijderen en weer in te pakken. Daarna was ik eindelijk klaar om er weer tegenaan te gaan.  


Zei ik al dat ik me super voelde die laatste dag? Deels door adrenaline, deels paracetamol, deels door een met momenten aangepaste looptechniek (de goede voet naar voren en de slechte voet erachteraan in een soort hink-loop), bleek ik op de lange stukken ‘slabs’, zelfs de bergop lopende, uitstekend te kunnen lopen. Bij hut 1 nog een gevriesdroogde maaltijd bleek voldoende om het energiepeil tot aan de finish hoog te kunnen houden. Er lagen in die etappe nog 4 lopers rond mij: Leif, Matt Neale, Adam Firth en Emil Söderlund. Stuk voor stuk sympathieke kerels wiens pad het mijne al eerder gekruist had, en met wie het na de race ook een fijn weerzien was. Maar die dag hadden we blijkbaar alle 5 nog zin om te racen. Een beetje bizar na zo’n lange tocht met ups en best wat downs, maar het was leuk. Bij het begin lag enkel Leif voor mij, op hem heb ik wel wat gewonnen, maar ik zag hem niet terug voor de finish. Matt, Adam en Emil vertrokken na mij, en hebben me dus ingehaald en in eerste instantie zelfs achtergelaten. Het zijn natuurlijk ook geen pannenkoeken. Zelf ging ik goed, maar dat gold ook voor hen. Matt was echt heel snel, die heb ik ook pas aan de finish teruggezien. Aan hut 2 bleek dat iedereen voor mij doorgelopen was zonder stoppen, dus deed ik hetzelfde. Gezien mijn eigen tempo verbaasde het me wel een beetje dat het zolang duurde eer ik iemand voor mij te zien kreeg. Geen pannenkoeken dus. Uiteindelijk zag ik enkel Adam en Emil nog voor de finish, en dan nog pas op het asfalt gedeelte in de laatste kms. Hier kwam nog een sprintje aan te pas: de laatste kilometers, ook voor het asfalt, gingen gestaag naar beneden, ik liep daar zoveel mijn voet het toeliet, en dat ging behoorlijk vlot naar ultra-normen. Ik zag al lang lampjes voor mij, dus wist dat ik iemand aan het inhalen was. Toen ze mij in de gaten kregen, zetten ze zelf een strakkere looppas in. Maar ik voelde dat ik sneller was, dus op het moment dat ik hen inhaalde stak ik nog even een tand bij, kwestie van het ontmoedigend effect ten volle te benutten, en zei iets in de trant van ‘amai, jullie waren snel vandaag’ (wat ik ook echt meende), en liep zo ‘vlot’ mogelijk van hen weg. Een sympathiek applaus was mijn deel. 


En niet veel later was ik er, klaar om de befaamde muur van het Boarder Hotel aan te raken en te genieten van het volbrengen van dit magistrale avontuur. Met een halve liter Stella. Want waarom loop je anders zo ver dan om het bier te gaan drinken dat ze bij je thuis om de hoek brouwen? Soit, het heeft zelden zo goed gesmaakt! 

 

Het wedstrijdgebeuren. 

Ik zei al dat ik stiekem dacht een goed resultaat te kunnen halen. Finishen was het voornaamste doel, maar als het er enigszins in zat mocht dat op een goede plaats zijn. Uiteindelijk eindigde ik 11de. Die laatste dag op de Cheviots heb ik nog alles gegeven om in de top 10 te eindigen. Het was genieten dat ik überhaupt in staat was om alles te geven, die top 10 zat er echter net niet in. Is dat belangrijk? Uiteraard niet. Deze ervaring pakken ze mij niet meer af. 


Maar stiekem – en nu ik het hier zo schrijf dus niet meer zo stiekem – denk ik dat ik ooit veel hoger zou kunnen eindigen. Met de ervaring die ik nu opgedaan heb, met wat betere aandacht voor mijn eigen fysieke integriteit (loop niks kapot), iets efficiënter op de CP’s, iets lichter materiaal, herhaal wat goed was (fysieke voorbereiding, slaaptaktiek), denk ik dat een tijd een dik onder de 100 uur er moet inzitten. Afhankelijk van het weer natuurlijk, maar dat is dan voor iedereen hetzelfde. Het is natuurlijk geen goedkope onderneming – geen verwijt, alleen een vaststelling – maar misschien kan ik een van de komende jaren eens terugkomen om te zien of er echt meer in zit. Tenslotte, is 50 niet het nieuwe 40? Dan ben ik op de keper beschouwd nog maar 37. Piepjong dus, naar ultra-normen .

Na de Race – de eerste dagen 

Een speciaal bedankje moet naar Fanny. Zij had op onnavolgbare wijze de Spine Challenger North succesvol uitgelopen (7de en 3de vrouw), en was fris uitgeslapen aanwezig bij mijn finish. Tjonge, was ik blij dat er al een plaatsje geregeld was in de B&B zodat ik me daar geen zorgen om hoefde te maken. Geen idee hoe dat zou afgelopen zijn in de toestand waarin ik me bevond. (En sorry dat je zo lang op me moest wachten toen ik in slaap gevallen was in het door de organisatie aangeboden bad na de aankomst). 


De volgende dag zien we ook Peter zijn full Spine met verve finishen, proficiat! Ik heb stellig de indruk dat ook hij heel blij was met een plaatsje in de B&B 

Na de race – recovery en toekomst 

Tegen dat ik de laatste hand leg aan dit verslag zijn we de zondag na de race, een dag of 10 dus na mijn eigen aankomst. Op de geblesseerde voet na ben ik super blij met de recovery: enkele dagen dikke voeten, veel zweten ‘s nachts, bijslapen en veel eten. Dat zijn normale en voor ultralopers herkenbare fenomenen. Waarvan ik tegenwoordig enkel last heb bij de hele lange afstanden zoals deze. Met de geblesseerde voet ben ik bij de kine geweest. En heb ik intussen al verschillende keren gefietst en een kort loopje gedaan. Aangezien het om een pees gaat lijkt het me het soort blessure waar ik wel wat ervaring mee heb: mijn achillespezen zijn intussen nagenoeg genezen, terwijl ik toch niet bepaald stilgezeten heb in de periode dat ik daar last van had. Active recovery dus. De voet voelt elke dag een beetje beter. 


En daar ben ik blij om, want in maart en mei heb ik nog avonturen op het programma staan waar ik met enthousiasme en ontzag naar uitkijk. Maar daarover later... juist, meer 

Mijn materiaal 


Het mag gezegd, de kledij en de schoenen die ik droeg hebben met verve gedaan wat ze moesten doen. En aangezien deze toch voor een groot deel ter beschikking gesteld werden door Vedette Sport (Altra!) en Montane Benelux, ben ik hen daar zeer dankbaar voor. 

 

Schoenen – 3 paar altra Olympus 4 – top! 


Start-CP1: mijn ingelopen Olympussen, maat 47. Iets te goed ingelopen, moest ik onderweg tot mijn schande vaststellen. Gezien het technische terrein was het nieuwe paar dat ik bijhad een betere keuze geweest. Verder geen klachten. 

CP1-CP3: de beter keuze dus, een nieuw paar Olympus, maat 47. Geen klachten! Behalve dit misschien: kijk eens op tijd hoe hard je ze gebonden hebt, idioot. Zelfs wanneer je denkt dat ze los gebonden zijn. 

CP3-Finish: nieuwe Olympus maat 48. Top! Alleen volgende keer misschien nóg een maatje groter meenemen. Die voeten worden toch echt enorm op den duur. 

 

Kledij 


Broeken: als basis een montane running tight, met daarboven: 
- Start-CP2: OMM kamleika – goed genoeg voor de omstandigheden 
- CP2-CP5: Montane Ajax – warmer en windbestendiger dus beter voor de omstandigheden 
- CP5-Finish: regenbroek van onbestemde herkomst, te groot, eigendom van Leif 


Basislaag: Montane Primino Hybrid Alpine Hoodie (?) - Van begin tot einde aangehad, jas open of uit en direct droog op de CP 


Als een soort tweede basislaag: afwisselend Montane Allez Micro Fleece Pull-On en dat nieuwe t-shirt met lange mouwen dat ik meekreeg 


Regenjas: Montane Ajax – top! Beschutting voor alles wat ze tegen je aan gooien. 


Middenlaag indien nodig: CP5-finish en enkele andere keren toen het nodig was: De Fireball Lite Hoodie 

 

Rugzak-systeem 


Start-CP2: Montane Dragon 20l + Montane trailblazer 3l waistpack 

Ik dacht dat ik de waistpack nodig had om alle verplichte kit mee te krijgen. Pluspunt: veel materiaal gemakkelijk bereikbaar en dus snel bij de hand indien nodig. Minpuntje: zonder waistpack loopt comfortabeler. 


CP2-Finish: Montane Dragon 20l  

Op CP2 heb ik uitgetest of ik alles in de rugzak kreeg. Dat was het geval en dit liep supergoed. Zelfs geen stijve schouders meer. 



Gerelateerde berichten
  1. The Spine: The story behind Britain's most brutal ultra run The Spine: The story behind Britain's most brutal ultra run
  2. Montane Spine Race 2022 – verslag van een uniek avontuur - DEEL 1 Montane Spine Race 2022 – verslag van een uniek avontuur - DEEL 1